Gezocht… en gevonden…

Dit wordt zijn thuis. En Hildegard…Zoals ze nu naar hem kijkt. Wat hem betreft is hij uit háár buik gekomen, een buik die niet al stiekem fantaseerde over reisjes alleen. Voortaan hoeft hij zich niet meer bezig te houden met een vorige moeder of een hitsige Viking in een supermarkt.

Ouders krijgen een nieuwe zoon. Zoon krijgt nieuwe ouders. Dat is heel kort door de bocht waar het in dit boek om draait.
Julien woont in een opvangtehuis voor wezen of kinderen die niet meer door hun ouders verzorgd kunnen worden. Zijn moeder is ziek? Dood? Of is ze, zoals hij zelf schijnt te denken, gewoon egoïstisch en wil ze niet meer voor hem zorgen? Zijn vader is er nooit geweest, behalve om zijn moeder te bevruchten. Een Zweed, een Deen of toch een Noor, van wie de voornaam met een A begint en die nu berucht is? Hij heeft het op zich goed, maar verlangt vooral naar een normaal leven, naar gewoonheid.
Hildegard en Karl Kratz hadden een zoon, maar die leeft niet meer. Uitgegleden en van een dak af gevallen of gesprongen? Het dak van het opvangtehuis waar Julien woont. Was hij depressief of alleen maar sociaal onhandig? En zijn ouders, voelen zij zich schuldig of opgelucht? In ieder geval lijkt het een simpele rekensom. Ouders zoeken zoon, zoon zoekt ouders. Mooi geregeld dus. De vraag is of ze dit echt wel willen. Willen en kunnen ze wel het verleden afsluiten en samen aan iets nieuws beginnen. Ze willen het heel graag, maar of het lukt?

Nooit meer een dierlijk gegrom, terwijl Julien doet alsof hij slaapt, waarna een tissue met 300 miljoen Neils op de vloer tussen hun bedden belandt.

Met weinig woorden wordt het decor voor dit emotionele verhaal geschetst. Een opvangtehuis in een villawijk omringd door groen, een afgelegen huis in de rimboe naast een vluchtelingenopvangcentrum, een speels appartement in heldere kleuren voor mensen met wie het even wat minder goed gaat, warenhuizen waar nieuwe ontmoetingen plaatsvinden. En het weer is warm, broeierig, benauwd.
Juliens vriend in het tehuis, Neil, klankbord van Julien, ‘partner in crime’ op meerdere gebieden, lijkt alleen een grappige side-kick, maar vervult een cruciale rol in het verhaal.
In ruim 200 pagina’s zet Gerard van Emmerik een knap verhaal neer dat even eenvoudig, als droog als vernieuwend is in het taalgebruik en het idee.

Verhaal over een ogenschijnlijk stabiele, verstandige jongen die al veel te veel heeft meegemaakt en wanhopig zijn best doet aardig, normaal en gewoon te doen en gevonden te worden. Een fijn en compact boek om te lezen. De nieuwe Kratz van Gerard van Emmerik.

Dit boek las ik voor Een Perfecte Dag voor Literatuur en werd me beschikbaar gesteld door Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Lees hier wat andere bloggers voor EPVDL van dit boek vinden.

nieuwe kratz

Advertenties
%d bloggers liken dit: