Categorie: Blog

  • Een kleurrijk boek…

    Menthol-cover-3D-low-resToen de jonge Joseph Sylvester (1890) eind 1909 zijn geboorte(ei)land Saint Lucia in de Cariben verliet, zal hij niet bedacht kunnen hebben dat hij uiteindelijk in het Oosten van Nederland zou belanden en daar de rest van zijn leven zou blijven. Voordat hij hier belandt, woont en werkt hij eerst in Amerika en Canada. Pas na afloop van WOI maakt hij de overtocht naar het oude continent en beproeft hij zijn geluk in België en Parijs. Al die tijd zijn het zijn feilloze gevoel voor een goed handeltje en zijn charmante, eerlijke en openhartige voorkomen en manier van doen die hem telkens weer op het spoor van iets nieuws brengen. Van de handel in hout en sigaretten, belandt hij in de hoofdpijnpoeders en als dezelfde producent ook tandpasta blijkt te maken, beseft Joseph dat hij goud in handen heeft. Wie kan er nu beter dit onbekende goedje aan de man en vrouw brengen dan een man met blinkend witte tanden in een donker gelaat. Hij ziet zijn donkere huidskleur als iets positiefs en is er trots op. En in die tijd is er vooral veel nieuwsgierigheid onder de mensen, naar een donker persoon. Natuurlijk is er ook angst voor het onbekende, maar Joseph Sylvester met zijn ongekend positieve inborst wandelt op een vrolijke doch verantwoordelijke manier verder door het leven en belandt in Amsterdam. Daar ontmoet hij de mooie Roosje Borchert, mannequin van beroep en afkomstig uit Hengelo. Het blijkt liefde op het eerste gezicht en uiteindelijk belanden ze allebei wegens omstandigheden in Hengelo waar ze besluiten hun leven te delen en een bestaan op te bouwen. Sylvester, die ondertussen bekendstaat als Mr. Menthol reist het land door langs alle markten om zijn Babajaba tandpasta en mentholpastilles te verkopen. In Hengelo is hij een nog groter bezienswaardigheid dan in Amsterdam, maar de meeste Hengeloërs sluiten hem al snel in hun stugge hart. Als de mondhygiëne en de economie een verdere vlucht nemen, beseft Menthol dat het tandpasta tijdperk voor hem voorbij is. Moeiteloos schakelt hij over naar zijn volgende handel in huiden, pelsen en konijnen. De tweede wereldoorlog is een moeilijke tijd voor het echtpaar omdat de angst groot is dat hij vanwege zijn Engelse nationaliteit en opvallende verschijning gevangen genomen zal worden door de Duitsers. Om zijn vrouw hiervoor te behoeden, neemt hij een drastisch besluit, maar dit staat hun liefde voor elkaar niet in de weg. Na de oorlog bouwen ze hun bestaan weer op, maar langzamerhand verandert het tij. De mensen lijken intoleranter te worden tegenover mensen die anders zijn en ook Sylvester ondervindt hiervan de gevolgen.
    Dit boek vertelt het levensverhaal van deze bijzondere man en verschijning in het Twentse Hengelo. Een man die zijn eigen weg volgt en zijn eigen plan trekt met een sterke vrouw aan zijn zijde. Tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis en de couleur locale lezen we mee over zijn wederwaardigheden.
    Uit alles blijkt dat de auteur van dit boek zeer grondig onderzoek heeft gedaan en alles wat hij heeft gevonden een plaats in dit boek heeft gegeven. Hierdoor is het soms een wat droge of juist chaotische opsomming van feiten of gebeurtenissen geworden en ook is de samenhang niet altijd even duidelijk of evenwichtig aanwezig. Wel is de auteur er goed in geslaagd de hiaten in de informatie over met name het jonge leven van Sylvester, mooi in te vullen op een geloofwaardige manier. Van de vele foto’s, krantenknipsels en andere paperassen die in het boek zijn afgebeeld, samen met de toepassing van de steunkleur rood in de opmaak van het boek, zou je kunnen zeggen dat het wat too much is, maar aan de andere kant onderstreept het wel dit kleurrijke verhaal dat makkelijk wegleest en je een inkijkje geeft in de denk- en handelswijzen van deze volstrekt unieke persoon.
    De uitgebreide verantwoording, toelichting en bronnenlijst geven blijk vaneen zeer grondige en integere werkwijze van de auteur en het resultaat mag er zijn. Wat een ontzettend leuk boek is dit geworden over een persoon die het verdient om een plaats te krijgen in het collectief geheugen van niet alleen Hengelo, maar heel Nederland.

    Menthol. Frank Krake. 312 pp. Met illustraties.
    Dit boek dat beschikbaar is gesteld door Uitgeverij Achtbaan heb ik gelezen en beschreven voor Not Just Any Book Club.

  • Gezocht… en gevonden…

    Dit wordt zijn thuis. En Hildegard…Zoals ze nu naar hem kijkt. Wat hem betreft is hij uit háár buik gekomen, een buik die niet al stiekem fantaseerde over reisjes alleen. Voortaan hoeft hij zich niet meer bezig te houden met een vorige moeder of een hitsige Viking in een supermarkt.

    Ouders krijgen een nieuwe zoon. Zoon krijgt nieuwe ouders. Dat is heel kort door de bocht waar het in dit boek om draait.
    Julien woont in een opvangtehuis voor wezen of kinderen die niet meer door hun ouders verzorgd kunnen worden. Zijn moeder is ziek? Dood? Of is ze, zoals hij zelf schijnt te denken, gewoon egoïstisch en wil ze niet meer voor hem zorgen? Zijn vader is er nooit geweest, behalve om zijn moeder te bevruchten. Een Zweed, een Deen of toch een Noor, van wie de voornaam met een A begint en die nu berucht is? Hij heeft het op zich goed, maar verlangt vooral naar een normaal leven, naar gewoonheid.
    Hildegard en Karl Kratz hadden een zoon, maar die leeft niet meer. Uitgegleden en van een dak af gevallen of gesprongen? Het dak van het opvangtehuis waar Julien woont. Was hij depressief of alleen maar sociaal onhandig? En zijn ouders, voelen zij zich schuldig of opgelucht? In ieder geval lijkt het een simpele rekensom. Ouders zoeken zoon, zoon zoekt ouders. Mooi geregeld dus. De vraag is of ze dit echt wel willen. Willen en kunnen ze wel het verleden afsluiten en samen aan iets nieuws beginnen. Ze willen het heel graag, maar of het lukt?

    Nooit meer een dierlijk gegrom, terwijl Julien doet alsof hij slaapt, waarna een tissue met 300 miljoen Neils op de vloer tussen hun bedden belandt.

    Met weinig woorden wordt het decor voor dit emotionele verhaal geschetst. Een opvangtehuis in een villawijk omringd door groen, een afgelegen huis in de rimboe naast een vluchtelingenopvangcentrum, een speels appartement in heldere kleuren voor mensen met wie het even wat minder goed gaat, warenhuizen waar nieuwe ontmoetingen plaatsvinden. En het weer is warm, broeierig, benauwd.
    Juliens vriend in het tehuis, Neil, klankbord van Julien, ‘partner in crime’ op meerdere gebieden, lijkt alleen een grappige side-kick, maar vervult een cruciale rol in het verhaal.
    In ruim 200 pagina’s zet Gerard van Emmerik een knap verhaal neer dat even eenvoudig, als droog als vernieuwend is in het taalgebruik en het idee.

    Verhaal over een ogenschijnlijk stabiele, verstandige jongen die al veel te veel heeft meegemaakt en wanhopig zijn best doet aardig, normaal en gewoon te doen en gevonden te worden. Een fijn en compact boek om te lezen. De nieuwe Kratz van Gerard van Emmerik.

    Dit boek las ik voor Een Perfecte Dag voor Literatuur en werd me beschikbaar gesteld door Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Lees hier wat andere bloggers voor EPVDL van dit boek vinden.

    nieuwe kratz

  • Zeg het met beelden (en tekst)…

    Via Not Just Any Book/Een Perfecte Dag voor Literatuur zag ik het werk van Emma Ringelding. Zij maakt (onder andere) beeldrecensies. Prachtig. Bekijk haar werk maar eens via haar Facebookpagina Lees & teken.

    Ze maakte onlangs een beeldrecensie van het boek Hotel Rozenstok.

    beeldrecensie Emma Ringelding

    Lees hier mijn recensie van dat boek.

     

  • Literatuurmuseum – ‘Kom dwalen tussen schrijvers en verhalen’

    literatuurmuseum2Nederland heeft er een nieuw museum bij. Vanochtend was ik er al even. Nadat ik ontbijt voor de kinderen had gemaakt dwaalde ik langs het overzicht van exposities over o.a. Nooit meer slapen van W.F. Hermans, de auteurs Slauerhoff en Blaman, maar ook over diverse thema’s als Hoe komt een verhaal tot stand en  debuutromans.

    Nadat de kinderen op school waren afgeleverd ging ik snel terug en dwaalde ik door het verhaal van W.F. Hermans en de totstandkoming van zijn boek Nooit meer slapen en de vele foto’s die hij nam tijdens zijn twee expeditie reizen naar het Scandinavische noorden en die vaak letterlijk het decor vormen in het boek. Ik bladerde door zijn excursiedagboek (zie afbeelding), ik las brieven die hij schreef t.b.v. de excursies en de brieven die hij daarna schreef aan bevriende auteurs over de totstandkoming van het boek (zie afbeelding). Ik was nog lang niet klaar met het bekijken van al het materiaal en het lezen van de teksten, maar ik moest boodschappen gaan doen. Ik nam me voor later op de dag, misschien vanavond laat nog wel even, zeker terug te komen om verder te dwalen door deze expositie en de andere aanlokkelijke verhalen uit de Nederlandse literatuur, over boeken, schrijvers, thema’s en gebeurtenissen.

    En is het vandaag niet dan toch zeker zeer binnenkort, tijdens mijn koffiepauze, terwijl het eten in de oven staat of als de kinderen onder de douche staan of in bed liggen. Dit museum ligt vol schatten en is altijd open. Je vindt er nooit eerder gepubliceerd materiaal uit brieven en aantekeningen, foto’s en dagboekfragmenten van vele bekende en minder bekende Nederlandse schrijvers. Aan de hand van gedegen onderzoek en goed leesbare teksten vormen zich prachtige verhalen. De vormgevers en tekstschrijvers hebben de diverse exposities tot in de puntjes verzorgd en maken van dit museum een lust voor het oog en de geest.

    Wacht niet meer en ga meteen even kijken, ook al heb je maar 5 minuten en kom daarna snel nog eens langer  terug.

    Literatuurmuseum
    Openingstijden: 365 dagen per jaar, 7 dagen per week, 24 uur per dag
    Toegangsprijs: gratis
    Adres: www.literatuurmuseum.nl

    Afbeeldingen komen van site literatuurmuseum.nl (brief van Hermans aan Rudy Kousbroek en excursiedagboek)

  • Hotel Rozenstok met een vleugje Villa des Roses

    Hotel RozenstokAl eerder lazen bloggers voor een Perfecte Dag voor Literatuur een boek van Christophe Vekeman (Marie, 15 oktober 2013). Ik was daar niet bij. Nu deed zich weer de mogelijkheid voor een boek van hem te lezen voor deze online literaire boekenclub, het nieuwste Hotel Rozenstok. De titel intrigeerde me, verder wist ik niets van boek of auteur.
    De titel deed me namelijk denken aan Villa des Roses, de debuutroman van Willem Elsschot uit 1913. Een boek dat ik lang geleden las (ik denk voor mijn leeslijst Nederlands, ‘lekker dun’ was toen waarschijnlijk een van de motivaties om het te lezen, maar zeker ook de titel die me erg aansprak), maar dat me altijd is bijgebleven. Ik vroeg me af of het toeval was dat de ene titel de andere in gedachten riep en of de schrijver, ik kwam er toen pas achter dat hij ook een Vlaming is, daar misschien een bedoeling mee had. Ik besloot dus  van de gelegenheid gebruik te maken en eerst Villa des Roses te herlezen en zo optimaal voorbereid te zijn op wat ik misschien wel zou aantreffen in Hotel Rozenstok. In Villa des Roses wordt het wel en wee van de bewoners en uitbaters van een Parijs pension beschreven. Het schijnt autobiografisch te zijn en een van de personages, de jonge Duitser Grünewald zou gebaseerd zijn op Elsschot zelf die vier jaar in Parijs familiepension heeft doorgebracht.
    Daarna begin ik vol goede moed en inspiratie door Villa des Roses aan Hotel Rozenstok. Dit verhaalt van een schrijver – die net zo heet als de auteur zelf, Christophe Vekeman – die besluit te stoppen met schrijven. Waarom? Omdat hij niet genoeg succes heeft? Of omdat hij genoeg heeft van het succes? Hij concludeert dat hij weinig trouwe lezers heeft en niets meer heeft toe te voegen. Echter het idee van een nieuw leven waarin hij een baan moet vinden en zich in een keurslijf moet wringen lijkt hem angstaanjagend. Zo angstaanjagend  dat hij van de weeromstuit nog meer gaat drinken dan hij al deed en na een ongelukkig incident besluit in afzondering tot zichzelf te komen. Deze afzondering zoekt hij in het Noord-Nederlandse stadje L., in Hotel Rozenstok.
    En ja hoor op bladzijdes 77-78 vertelt de ik-persoon waarom hij nu juist zeventien nachten in dat hotel heeft geboekt. Het is vanwege de naam. De naam spreekt hem aan, spreekt tot zijn verbeelding en hij zou een boek met die titel meteen aanschaffen zonder te letten op achterflaptekst, auteursnaam of –foto. Vervolgens noemt hij verwachte reacties van nieuwsgierigen als hij ze zou verklappen dat zijn nieuwe boek Hotel Rozenstok zou gaan heten. Een van die reacties is: ‘Hotel Rozenstok? Dat doet me denken aan Villa des Roses van Willem Elsschot.’
    In en om Hotel Rozenstok maakt de gewezen schrijver een kleine existentiële crisis door met paranormale ervaring en al. Vernuftig wordt de zoektocht naar zijn betekenis als schrijver, als niet-schrijver, als mens beschreven. Wat is belangrijker voor hem? De werkelijkheid of de fantasie. Is hij in staat om zonder fantasie te leven? In zinnen met veel bijzinnen en grappige opmerkingen en veel details wordt de lezer meegenomen in deze zoektocht. Toch denk ik dat ik blijf horen bij de lezers die Vekeman in zijn boek beschrijft: de mensen die zijn boeken niet kopen op basis van een bewuste en zeer weloverwogen beslissing. Die bewuste en weloverwogen beslissing in mijn geval: een goed geschreven boek, met humor en literaire verwijzingen, tot zover allemaal dingen waar ik van houd in een boek, maar al met al niet mijn stijl. Net iets te populair, te dweperig en te veel bedacht. Van binnen en van buiten. Een boek dat ik zeker niet had gekocht als ik de auteursfoto had gezien, maar dat mij wel aansprak vanwege de titel. Geef mij maar Villa des Roses.

    Dit boek las ik voor de literaire online boekbloggersclub Een Perfecte Dag voor Literatuur. Een exemplaar werd me beschikbaar gesteld door Uitgeverij de Arbeiders Pers, waarvoor mijn dank.
    Lees hier wat andere EPVDL bloggers schreven over dit boek op 30 januari 2016.
    Hotel Rozenstok. Christophe Vekeman. Arbeiderspers. 206 pp.

  • Dit verhaal kabbelt, zwelt aan, zwakt af, is rustig, komt weer in een stroomversnelling, raast voort en raast uit…

    NoraHet conservatieve, katholieke  Ierland van begin jaren zestig van de twintigste eeuw. De na-oorlogse manier van leven, opkomende moderne geneugten als telefoon, televisie, een eigen auto worden langzamerhand ook hier gemeengoed. Een klein stadje in het zuidoosten, vlakbij  de kust. Met grote sociale controle, waar aanzien en een goede naam bepalend kunnen zijn. In dit tijdperk, in deze omgeving leeft Nora Webster. Een vrouw van in de veertig, sinds kort weduwe en moeder van vier opgroeiende kinderen. Een intelligente vrouw, een vrouw die iedereen kent, de vrouw van een gerespecteerde leraar, een koppige vrouw, met een eigen mening. Haar schoolgaande en studerende kinderen zijn allemaal op hun eigen manier bezig met het verdriet om het verlies van hun vader en de zorgen om hun moeder en de nieuwe manier van samenleven, zonder hun vader. Daarnaast ontwikkelen ze zich binnen de maatschappij en gaan ze hun eigen mening vormen over de politiek, hun sociale leven, hun opvoeding en hun moeder. Al deze gegevens en eigenschappen bepalen Nora’s positie en manier van leven. Maar bovenal bepalen ze haar gevoelsleven.
    In het verhaal gebeurt weinig opzienbarends. Tenminste in de buitenwereld. De ‘Troubles’ zijn nog in hun ontwikkelingsfase, Ierland is slaapt nog en is net bezig om langzaam wakker te worden. Maar binnen het gezin Webster en in het leven van Nora Webster gebeurt een heleboel. Nora probeert al haar kinderen in hun waarde te laten en mist haar man bij het nemen van beslissingen of bij het bespreken van zaken die zich voordoen. Ze doet het vanaf nu helemaal alleen en ze laat anderen eigenlijk niet toe bij deze belangrijke beslissingen. Ze trekt zich hun mening wel aan, maar zij is de baas.
    Soms komt dit heel afstandelijk en kil over, maar eigenlijk is dit zoals het gaat. Er gaat zoveel om in je hoofd, in je leven. Je kunt niet overal even lag bij stil blijven staan. De gebeurtenissen de tijd bepalen wat prioriteit krijgt en wat niet. Dit verhaal kabbelt, zwelt aan, zwakt af, is rustig, komt weer in een stroomversnelling, raast voort en raast uit.
    Ook dacht ik wel eens, kom moeder, toon eens wat meer liefde. Maar uiteindelijk denk ik dat ze dat ook wel doet, maar omdat het zo vanuit haar zelf is beschreven, komt dat stuk niet zo aan bod. Dat stuk s vanzelfsprekend voor haar, denk ik, en daarom wordt er in het verhaal geen aandacht aan besteed. Pas als ze twijfelt of ze dat wel goed genoeg doet of wanneer ze zelf behoefte heeft aan liefde en aandacht dan komt het ter sprake.

    Op het omslag en in meningen van anderen wordt dit boek vergeleken met Stoner. Aanvankelijk zag ik dit niet zo, maar na eng nadenken, begrijp ik het wel. “Een klein verhaal op een grootse manier verteld,” zoals ik iemand hoorde zeggen.
    Zo is Nora in meerdere opzichten een zinvol, mooi boek waarin prachtig een tijdgeest een en innerlijk gevoelsleven van ‘zomaar iemand’ in die tijd en omstandigheden wordt beschreven.

    Dit boek lazen we met de literaire online boekenclub Een perfecte Dag voor Literatuur. Op 30 december publiceerde een ieder over dit boek een blog. Deze blogs kun je hier lezen. Een exemplaar van het boek werd me ter beschikking gesteld  door Uitgeverij De Geus.

    Nora. Colm Tóibín. 2015.Vertaald uit het Engels (2014) door Anneke Bok. De Geus. 378 pp.

  • Welkom op de website van MZ boek- en tekstprojecten

    webHierboven vind je in het menu meer informatie over MZ, de projecten die ik heb gedaan en de projecten waarvoor ik beschikbaar ben… Hieronder kun je mijn blogs lezen… Meer weten? Bel of mail

  • Lekker lezen…

    De kerstdrukte voor de bladen (en voor mij ook wat dat betreft) is weer voorbij. Afgelopen  weken verschenen EigenHoutje Magazine nr. 10 en Gezond Gehoor, jrg. 5, nr. 3 winter 2015/2016, met diverse en gevarieerde bijdragen van MZ boek- en tekstprojecten.

     

  • Een mooi voorbeeld van hoe een leven zo anders kan lopen dan hoe de leider van dat leven zich van tevoren had voorgesteld…

    AgnetaAls Agneta Matthes (1847-1909) op haar zeventiende de  technologie student Jacques van Marken (1845-1906) leert kennen, voelt zij zich al snel zielsverwant met hem. Beiden uit welgestelde families en mete en goede achtegrond, vinden zij elkaar in de verlichte ideeën over de relatie tussen de arbeidersklasse en de rijke bovenklasse. Agneta steunt haar man in zijn ambitie om ‘de welvaart en het levensgeluk van arbeiders te vergroten’. Deze ambitie krijgt gestalte in het Agnetapark. Het eerste tuindorp of arbeiderspark van Nederland, dat de fabrieksdirecteur Van Marken onder de rook van zijn Gistfabriek laat oprijzen. Hier is (woon)plaats voor de arbeiders van de fabriek en hier wonen de directeur en zijn vrouw te midden van de arbeiders. Wel in een kapitale villa, want verschil moet er natuurlijk nog zijn. Dat het echtpaar kinderloos blijft, is vooral voor Agneta een bittere pil en een lot dat zij dapper draagt. Haar geëmancipeerde levenshouding maakt dat zij zich stort op andere bezigheden. Ook heeft zij meer en meer haar handen vol aan de fysieke en geestelijke toestand van haar man die lijdt aan zenuwpijnen en een daaruit volgende morfineverslaving. Ze neemt taken van hem over en doet alle mogelijke moeite om zijn levenswerk in stand te houden en zijn gedachtegoed verder uit te dragen.

    Dan doet zij een ontdekking die haar (gevoels)leven radicaal verandert. Ze komt er achter dat haar man al vanaf vroeg in hun huwelijkse leven een minnares heeft bij wie hij drie (het zijn er uiteindelijk vijf, maar twee sterven in hun babytijd) kinderen heeft verwekt. Deze ontdekking houdt ze geheim voor haar man en ze vraagt zijn maîtresse hetzelfde te doen. Deze vrouw, Maria Eringaard, lijdt aan tuberculose en Agneta belooft haar te zullen zorgen voor haar kinderen als zij er niet meer is. Op de dag van haar begrafenis, drie jaar later, confronteert zij haar man met het feit dat zij op de hoogte is van zijn verhouding en zijn kinderen. En ze gaat nog verder. Ze staat er op dat de kinderen bij hen in huis komen en vanaf dat moment als ‘pleegkinderen’ door hen opgevoed worden. Deze ingrijpende verandering in het leven van alle betrokkenen heeft grote impact op hoe zij vanaf dat moment verder leven en de beslissingen die zij nemen en de manier waarop zij tragedies in hun leven dragen.

    Het hierboven vertelde is waargebeurd. Jan van der Mast heeft op magische wijze een waargebeurd verhaal, een vergeten verhaal, verteld en ingevuld. Zonder dat je ook maar een moment het idee hebt dat iets verzonnen is of dat je slechts een droge opsomming van feiten leest, word je meegenomen in een wereld, in levens die ruim honderd jaar geleden werkelijkheid waren in Nederland. Het doet je beseffen hoeveel er is veranderd in de afgelopen honderd jaar, maar ook dat mensen in die tijd dezelfde dingen meemaakten als wij nu.

    Een heerlijk boek om te lezen. Het leest als een roman, maar de wetenschap dat het is gebaseerd op een echt verhaal en de subtiele verwerking van de feiten, geeft net dat extra cachet. Knap als je dat als auteur kunt bewerkstelligen.

    Agneta. Waargebeurd verhaal over het opmerkelijke verbond tussen twee vrouwen. Jan van der Mast. 256 pp. Gelezen voor Een Perfecte Dag voor Literatuur. Een exemplaar werd me beschikbaar gesteld door de uitgever: Nieuw Amsterdam. Lees hier wat andere bloggers van EPDVL van dit boek  vonden.

  • Een collage, simpel knip-en plakwerk

    ik kom terugNee, dit slaat niet op het boek Ik kom terug van Adriaan van Dis.

    Dit boek las ik voor de literaire online boekenclub Een Perfecte Dag voor Literatuur. Ik kreeg het pas vrij laat toegestuurd door de uitgever. En dat is helemaal niet erg, kan gebeuren. Maar ondanks het feit dat ik het boek al wel heb gelezen, is het me niet gelukt om er goed over na te denken en er iets zinnigs over op papier te zetten. Waarom? Druk met ander werk, sinterklaas en allerlei andere beslommeringen. Druk in mijn hoofd. Ik denk dat ik het nog een keer wil lezen, met nog wat ander werk van Van Dis om er meer van  te vinden, behalve dan dat ik het een mooi boek vond. Goed geschreven, op een indirecte manier herkenbaar, bij vlagen zeer ontroerend.

    Om toch wat te bloggen op 30 november heb ik gekeken wat anderen al over dit boek schreven, dat al een jaar geleden verscheen. Met simpel knip- en plakwerk heb ik met stukjes uit hun teksten een collage gemaakt die en wat over inhoud vertelt en in grote lijnen mijn eerste mening en gevoel over dit boek vertegenwoordigt. Natuurlijk netjes met bronvermelding. Binnen niet al te lange tijd hoop ik dan wat persoonlijker terug te komen op Ik kom terug.

    Mandy Kraakman – Een leven mooi verwoord. Literair Nederland

    Ik kom terug is een autobiografisch getinte roman. De grote lijnen komen overeen met de gebeurtenissen in het leven van Adriaans moeder en zijn familie, maar hoeveel precies waar is van wat Marie vertelt, weet je niet. Adriaan zelf weet ook niet hoeveel hij moet geloven van de verhalen van zijn moeder.

    Vera Thiessen – Boekrecensie. Spelling & zo

    Nog meer verhalen over oorlogen, Indië, liefdes en hoe je mensen kan verliezen, worden verteld. Ze belt hem zelfs op om haar verhaal kwijt te kunnen. Haar lijden en haar leven, op haar eigen manier. Als ze nog verder achteruit gaat besluit van Dis om bij zijn moeder te blijven in het rusthuis. Haar verhalen, zo wrang en pijnlijk, waren op sommige momenten toch ook ontroerend. Een moeder die hij zo niet kende. Haar geheimen die altijd [in] een kist zaten, en waarvan ze de sleutel om haar hals droeg, komen uit. Als ze sterft, en de kist wordt geopend, blijkt de kist leeg. De verhalen zijn op.

    Janneke – zonder titel. Mijn boekenhoek

    Ondanks het negatieve beeld dat uit de vorige romans van zijn moeder oprees, is Ik kom terug zeker geen afrekening, maar eerder een laatste poging om zijn moeder met de fouten en gebreken die hij haar toedicht, te leren kennen en begrijpen. Het is ook geen loodzwaar boek over een levensmoede vrouw, daarvoor is van Dis zijn pen te fraai, te geestig, maar ook te venijnig. Het levert een mooi gestileerde roman op waarin de van oorsprong Zeeuwse boerendochter haar bij tijd en wijle getergde zoon mondjesmaat een blik gunt in haar veelbewogen leven. Een leven dat in de Oost rake klappen opliep, maar waar vandaan ze ook haar mystieke denkbeelden over karma en reïncarnatie meenam naar het nuchtere Holland. Met Ik kom terug heeft Adriaan van Dis haar op papier al een volgend leven gegeven.

    Coen Peppelenbos – Soms was het een oprecht slecht mensTzum literair weblog

    Ik kom terug is een van de ‘moederboeken’ die de afgelopen tijd is verschenen. In het oeuvre van Van Dis is het – meer dan Nathan Sid, Indische duinen en Familieziek, de meer gefictionaliseerde autobiografische boeken – het eerste boek dat louter om de moeder draait en bovendien wordt het boek meer dan ooit als (auto)biografie gepresenteerd. ‘Eerlijk zijn,’ staat er in hoofdstuk 5 tot zes maal toe. ‘Eerlijk zijn. Nu.’

    Liliane Waanders – Ik kom terug, of: de moeder in het werk van Adriaan van Dis. Hanta

    Die roman is er nu: Ik kom terug. Een roman waarin een moeder de hoofdrol speelt. Een moeder die lijkt op de moeders die Adriaan van Dis tot nu toe ten tonele voerde. Niet noodzakelijk zijn moeder, maar iemand die zijn moeder voor moet stellen. Zoals de vader die veelvuldig in het werk van Adriaan van Dis voorkomt ook de projectie van een vader is. Hoewel zijn vader tot nu toe een veel prominentere rol speelt is zijn moeder zeker niet afwezig. Al een heel oeuvre lang is zij haar eigen excentrieke zelf. Een vrouw die vanuit de coulissen op haar manier dominant is.

    Jan Jaap Karsten – zonder titel. Boeken bloggenderwijs

    Van Dis probeert een mengsel van tragiek en komedie en dat zal niet iedereen waarderen. Sommige teksten zijn ongetwijfeld grappig bedoeld, maar komen cynisch en soms grof over. Toch ontroert het verhaal bij tijd en wijle wel, bijvoorbeeld als hij een tas koekjes staat plat te stampen. Het is de wanhoop van een man van zestig die in het reine probeert te komen met zijn halsstarrige moeder en via haar met zijn verleden. En schrijven kan Van Dis. Vooral verderop in het boek staan prachtige vondsten: ‘Je karakter slijt niet als je ouder wordt, het kookt in. We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep.’

    Teunis Bunt – zonder titel. Bunt blogt

    Ik neem aan dat het een boek is dat nu eenmaal geschreven moest worden en daarom is het goed dat het er is. Net als bij ’t Hart, hoop ik dat Van Dis toch nog een keer met een echte roman komt, waarbij het leven de literatuur niet in de weg zit.

    Deze collage maakte ik naar aanleiding van het boek Ik kom terug van Adriaan van Dis, waarvan uitgeverij Atlas Contact zo vriendelijk was om een exemplaar toe te sturen.
    Deze collage maakte ik als deelnemer van Een Perfecte Dag voor Literatuur. Lees hier de ongetwijfeld veel originelere bijdragen van andere bloggers van EPVDL.