Toen de jonge Joseph Sylvester (1890) eind 1909 zijn geboorte(ei)land Saint Lucia in de Cariben verliet, zal hij niet bedacht kunnen hebben dat hij uiteindelijk in het Oosten van Nederland zou belanden en daar de rest van zijn leven zou blijven. Voordat hij hier belandt, woont en werkt hij eerst in Amerika en Canada. Pas na afloop van WOI maakt hij de overtocht naar het oude continent en beproeft hij zijn geluk in België en Parijs. Al die tijd zijn het zijn feilloze gevoel voor een goed handeltje en zijn charmante, eerlijke en openhartige voorkomen en manier van doen die hem telkens weer op het spoor van iets nieuws brengen. Van de handel in hout en sigaretten, belandt hij in de hoofdpijnpoeders en als dezelfde producent ook tandpasta blijkt te maken, beseft Joseph dat hij goud in handen heeft. Wie kan er nu beter dit onbekende goedje aan de man en vrouw brengen dan een man met blinkend witte tanden in een donker gelaat. Hij ziet zijn donkere huidskleur als iets positiefs en is er trots op. En in die tijd is er vooral veel nieuwsgierigheid onder de mensen, naar een donker persoon. Natuurlijk is er ook angst voor het onbekende, maar Joseph Sylvester met zijn ongekend positieve inborst wandelt op een vrolijke doch verantwoordelijke manier verder door het leven en belandt in Amsterdam. Daar ontmoet hij de mooie Roosje Borchert, mannequin van beroep en afkomstig uit Hengelo. Het blijkt liefde op het eerste gezicht en uiteindelijk belanden ze allebei wegens omstandigheden in Hengelo waar ze besluiten hun leven te delen en een bestaan op te bouwen. Sylvester, die ondertussen bekendstaat als Mr. Menthol reist het land door langs alle markten om zijn Babajaba tandpasta en mentholpastilles te verkopen. In Hengelo is hij een nog groter bezienswaardigheid dan in Amsterdam, maar de meeste Hengeloërs sluiten hem al snel in hun stugge hart. Als de mondhygiëne en de economie een verdere vlucht nemen, beseft Menthol dat het tandpasta tijdperk voor hem voorbij is. Moeiteloos schakelt hij over naar zijn volgende handel in huiden, pelsen en konijnen. De tweede wereldoorlog is een moeilijke tijd voor het echtpaar omdat de angst groot is dat hij vanwege zijn Engelse nationaliteit en opvallende verschijning gevangen genomen zal worden door de Duitsers. Om zijn vrouw hiervoor te behoeden, neemt hij een drastisch besluit, maar dit staat hun liefde voor elkaar niet in de weg. Na de oorlog bouwen ze hun bestaan weer op, maar langzamerhand verandert het tij. De mensen lijken intoleranter te worden tegenover mensen die anders zijn en ook Sylvester ondervindt hiervan de gevolgen.
Dit boek vertelt het levensverhaal van deze bijzondere man en verschijning in het Twentse Hengelo. Een man die zijn eigen weg volgt en zijn eigen plan trekt met een sterke vrouw aan zijn zijde. Tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis en de couleur locale lezen we mee over zijn wederwaardigheden.
Uit alles blijkt dat de auteur van dit boek zeer grondig onderzoek heeft gedaan en alles wat hij heeft gevonden een plaats in dit boek heeft gegeven. Hierdoor is het soms een wat droge of juist chaotische opsomming van feiten of gebeurtenissen geworden en ook is de samenhang niet altijd even duidelijk of evenwichtig aanwezig. Wel is de auteur er goed in geslaagd de hiaten in de informatie over met name het jonge leven van Sylvester, mooi in te vullen op een geloofwaardige manier. Van de vele foto’s, krantenknipsels en andere paperassen die in het boek zijn afgebeeld, samen met de toepassing van de steunkleur rood in de opmaak van het boek, zou je kunnen zeggen dat het wat too much is, maar aan de andere kant onderstreept het wel dit kleurrijke verhaal dat makkelijk wegleest en je een inkijkje geeft in de denk- en handelswijzen van deze volstrekt unieke persoon.
De uitgebreide verantwoording, toelichting en bronnenlijst geven blijk vaneen zeer grondige en integere werkwijze van de auteur en het resultaat mag er zijn. Wat een ontzettend leuk boek is dit geworden over een persoon die het verdient om een plaats te krijgen in het collectief geheugen van niet alleen Hengelo, maar heel Nederland.
Menthol. Frank Krake. 312 pp. Met illustraties.
Dit boek dat beschikbaar is gesteld door Uitgeverij Achtbaan heb ik gelezen en beschreven voor Not Just Any Book Club.


Nederland heeft er een nieuw museum bij. Vanochtend was ik er al even. Nadat ik ontbijt voor de kinderen had gemaakt dwaalde ik langs het overzicht van exposities over o.a. Nooit meer slapen van W.F. Hermans, de auteurs Slauerhoff en Blaman, maar ook over diverse thema’s als Hoe komt een verhaal tot stand en debuutromans.
Al eerder lazen bloggers voor een Perfecte Dag voor Literatuur een boek van Christophe Vekeman (
Het conservatieve, katholieke Ierland van begin jaren zestig van de twintigste eeuw. De na-oorlogse manier van leven, opkomende moderne geneugten als telefoon, televisie, een eigen auto worden langzamerhand ook hier gemeengoed. Een klein stadje in het zuidoosten, vlakbij de kust. Met grote sociale controle, waar aanzien en een goede naam bepalend kunnen zijn. In dit tijdperk, in deze omgeving leeft Nora Webster. Een vrouw van in de veertig, sinds kort weduwe en moeder van vier opgroeiende kinderen. Een intelligente vrouw, een vrouw die iedereen kent, de vrouw van een gerespecteerde leraar, een koppige vrouw, met een eigen mening. Haar schoolgaande en studerende kinderen zijn allemaal op hun eigen manier bezig met het verdriet om het verlies van hun vader en de zorgen om hun moeder en de nieuwe manier van samenleven, zonder hun vader. Daarnaast ontwikkelen ze zich binnen de maatschappij en gaan ze hun eigen mening vormen over de politiek, hun sociale leven, hun opvoeding en hun moeder. Al deze gegevens en eigenschappen bepalen Nora’s positie en manier van leven. Maar bovenal bepalen ze haar gevoelsleven.
Als Agneta Matthes (1847-1909) op haar zeventiende de technologie student Jacques van Marken (1845-1906) leert kennen, voelt zij zich al snel zielsverwant met hem. Beiden uit welgestelde families en mete en goede achtegrond, vinden zij elkaar in de verlichte ideeën over de relatie tussen de arbeidersklasse en de rijke bovenklasse. Agneta steunt haar man in zijn ambitie om ‘de welvaart en het levensgeluk van arbeiders te vergroten’. Deze ambitie krijgt gestalte in het Agnetapark. Het eerste tuindorp of arbeiderspark van Nederland, dat de fabrieksdirecteur Van Marken onder de rook van zijn Gistfabriek laat oprijzen. Hier is (woon)plaats voor de arbeiders van de fabriek en hier wonen de directeur en zijn vrouw te midden van de arbeiders. Wel in een kapitale villa, want verschil moet er natuurlijk nog zijn. Dat het echtpaar kinderloos blijft, is vooral voor Agneta een bittere pil en een lot dat zij dapper draagt. Haar geëmancipeerde levenshouding maakt dat zij zich stort op andere bezigheden. Ook heeft zij meer en meer haar handen vol aan de fysieke en geestelijke toestand van haar man die lijdt aan zenuwpijnen en een daaruit volgende morfineverslaving. Ze neemt taken van hem over en doet alle mogelijke moeite om zijn levenswerk in stand te houden en zijn gedachtegoed verder uit te dragen.
