Categorie: Boekrecensie

  • Zo dochter, zo moeder

    schoppenvrouwDe schoppenvrouw komt er bij het kaartleggen niet goed vanaf. Deze donkere vrouw (innerlijk en uiterlijk) staat voor onrust, geheimen, duisternis. Het zou om een gescheiden vrouw gaan of een weduwe. Iemand die geheimen en schandalen niet schuwt en ze zelfs opzoekt of ze groter maakt.

    Wat gebeurt er als je op een leeftijd bent waarin je zeer ontvankelijk bent voor aandacht, liefde, zekerheid? Als je in de puberteit in aanraking komt met het spirituele en je te horen krijgt dat de schoppenvrouw je toekomst zal bepalen, dat je beter geen kinderen kunt krijgen, want dat het daar slecht mee af zal lopen, of anders gezegd, dat je een slechte moeder zult zijn? Laat je een dergelijke uitspraak je leven leiden of schiet hij je weer te binnen op een moment dat je je realiseert dat het klopt? Dat je een slechte moeder bent en dat je dochter iets heeft gedaan wat afschuwelijk is.
    Paula is een vrouw met geheimen, dat is zeker. Een gesloten vrouw, als meisje al een outsider. Ze schaamt zich voor haar moeder die als toiletjuffrouw in het Americain werkt. Een vader is niet in beeld. Ze kiest haar vrienden met een doel, met berekening, totdat er een nieuw, apart meisje in haar klas komt. Ze wordt meegesleept door de totaal andere, haast mystieke manier waarop Charlie en haar broer hun leven leiden, als volwassenen in een groot, oud huis met een ziekelijke moeder en een afwezige vader. De moeder maakt gebruikt van een spiritueel raadgever en ook de kinderen houden wel van een goed gesprek over geesten. Als Paula er op harde wijze achter komt dat ze gebruikt is in hun spelletjes, is haar hart gebroken en samen met de duistere voorspelling van de wonderdokter, is dit genoeg om een flinke muur om zich heen te bouwen en nooit meer haar ware gevoel bloot te geven. Ze bouwt een zorgvuldige toekomst op, gebaseerd op wat ze denkt dat goed voor haar is en later ook voor haar man. Ze is berekenend en denkt dat ze alles onder controle heeft. Ze denkt haar man te kennen en te weten wat hij denkt.

    Kijk, kijk hem liggen, hij slaapt en weet van niets. Vertellen zal ik het hem ook niet, het zou zijn leven vergiftigen.

    Met haar dochter is er een afstand, het is duidelijk dat ze van haar zestienjarige dochter veel niet weet, te veel. Als ze er achter komt dat haar dochter iets verschrikkelijks heeft gedaan, gaat de voorspelling over haar moederschap weer een prominente rol spelen, maar zij zal de controle niet verliezen. Of toch wel?

    In de weerspiegeling van het raam zie ik ze naar me kijken. Mijn dierbaren. Sluw, leugenachtig, berekenend, liefdevol op hun manier.

    Maar ziet ze niet ook haar eigen weerspiegeling in het raam?

    We zijn afhankelijk van elkaar, we zijn familie, we zijn een gezin dat ik zou kunnen opbreken.

    Wat gaat ze doen? Of heeft ze al iets gedaan, waardoor het buiten haar controle gaat vallen? Schoppenvrouw, een weduwe of gescheiden vrouw

    Geen woord te veel in dit boek en toch is het een rijk verhaal, met rake persoonsschetsen, voldoende geschiedenis en sprekende decors.

    Alleen dat omslag. Een tomaat, gezonde vrucht van een verder giftige plant. Symbool van geluk en harmonie? Rood en zwart, de kleuren in het kaartspel, waarbij de rode kaarten de positieve kanten verbeelden? Heb ik iets gemist in het boek? Ben benieuwd waarom voor deze afbeelding is gekozen en wat anderen er voor betekenis aan geven. Niet dat dat per se moet, maar ik vind het een fascinerend beeld.

    Schoppenvrouw. Mensje van Keulen. 137 pp.
    Dit was het boek dat we lazen in april 2016 voor Een Perfecte Dag Voor Literatuur. Het exemplaar dat ik las, werd beschikbaar gesteld door Uitgeverij Atlas Contact. Lees hier wat andere bloggers voor EPDVL over dit boek te zeggen hadden.

  • Een kleurrijk boek…

    Menthol-cover-3D-low-resToen de jonge Joseph Sylvester (1890) eind 1909 zijn geboorte(ei)land Saint Lucia in de Cariben verliet, zal hij niet bedacht kunnen hebben dat hij uiteindelijk in het Oosten van Nederland zou belanden en daar de rest van zijn leven zou blijven. Voordat hij hier belandt, woont en werkt hij eerst in Amerika en Canada. Pas na afloop van WOI maakt hij de overtocht naar het oude continent en beproeft hij zijn geluk in België en Parijs. Al die tijd zijn het zijn feilloze gevoel voor een goed handeltje en zijn charmante, eerlijke en openhartige voorkomen en manier van doen die hem telkens weer op het spoor van iets nieuws brengen. Van de handel in hout en sigaretten, belandt hij in de hoofdpijnpoeders en als dezelfde producent ook tandpasta blijkt te maken, beseft Joseph dat hij goud in handen heeft. Wie kan er nu beter dit onbekende goedje aan de man en vrouw brengen dan een man met blinkend witte tanden in een donker gelaat. Hij ziet zijn donkere huidskleur als iets positiefs en is er trots op. En in die tijd is er vooral veel nieuwsgierigheid onder de mensen, naar een donker persoon. Natuurlijk is er ook angst voor het onbekende, maar Joseph Sylvester met zijn ongekend positieve inborst wandelt op een vrolijke doch verantwoordelijke manier verder door het leven en belandt in Amsterdam. Daar ontmoet hij de mooie Roosje Borchert, mannequin van beroep en afkomstig uit Hengelo. Het blijkt liefde op het eerste gezicht en uiteindelijk belanden ze allebei wegens omstandigheden in Hengelo waar ze besluiten hun leven te delen en een bestaan op te bouwen. Sylvester, die ondertussen bekendstaat als Mr. Menthol reist het land door langs alle markten om zijn Babajaba tandpasta en mentholpastilles te verkopen. In Hengelo is hij een nog groter bezienswaardigheid dan in Amsterdam, maar de meeste Hengeloërs sluiten hem al snel in hun stugge hart. Als de mondhygiëne en de economie een verdere vlucht nemen, beseft Menthol dat het tandpasta tijdperk voor hem voorbij is. Moeiteloos schakelt hij over naar zijn volgende handel in huiden, pelsen en konijnen. De tweede wereldoorlog is een moeilijke tijd voor het echtpaar omdat de angst groot is dat hij vanwege zijn Engelse nationaliteit en opvallende verschijning gevangen genomen zal worden door de Duitsers. Om zijn vrouw hiervoor te behoeden, neemt hij een drastisch besluit, maar dit staat hun liefde voor elkaar niet in de weg. Na de oorlog bouwen ze hun bestaan weer op, maar langzamerhand verandert het tij. De mensen lijken intoleranter te worden tegenover mensen die anders zijn en ook Sylvester ondervindt hiervan de gevolgen.
    Dit boek vertelt het levensverhaal van deze bijzondere man en verschijning in het Twentse Hengelo. Een man die zijn eigen weg volgt en zijn eigen plan trekt met een sterke vrouw aan zijn zijde. Tegen de achtergrond van de wereldgeschiedenis en de couleur locale lezen we mee over zijn wederwaardigheden.
    Uit alles blijkt dat de auteur van dit boek zeer grondig onderzoek heeft gedaan en alles wat hij heeft gevonden een plaats in dit boek heeft gegeven. Hierdoor is het soms een wat droge of juist chaotische opsomming van feiten of gebeurtenissen geworden en ook is de samenhang niet altijd even duidelijk of evenwichtig aanwezig. Wel is de auteur er goed in geslaagd de hiaten in de informatie over met name het jonge leven van Sylvester, mooi in te vullen op een geloofwaardige manier. Van de vele foto’s, krantenknipsels en andere paperassen die in het boek zijn afgebeeld, samen met de toepassing van de steunkleur rood in de opmaak van het boek, zou je kunnen zeggen dat het wat too much is, maar aan de andere kant onderstreept het wel dit kleurrijke verhaal dat makkelijk wegleest en je een inkijkje geeft in de denk- en handelswijzen van deze volstrekt unieke persoon.
    De uitgebreide verantwoording, toelichting en bronnenlijst geven blijk vaneen zeer grondige en integere werkwijze van de auteur en het resultaat mag er zijn. Wat een ontzettend leuk boek is dit geworden over een persoon die het verdient om een plaats te krijgen in het collectief geheugen van niet alleen Hengelo, maar heel Nederland.

    Menthol. Frank Krake. 312 pp. Met illustraties.
    Dit boek dat beschikbaar is gesteld door Uitgeverij Achtbaan heb ik gelezen en beschreven voor Not Just Any Book Club.

  • Gezocht… en gevonden…

    Dit wordt zijn thuis. En Hildegard…Zoals ze nu naar hem kijkt. Wat hem betreft is hij uit háár buik gekomen, een buik die niet al stiekem fantaseerde over reisjes alleen. Voortaan hoeft hij zich niet meer bezig te houden met een vorige moeder of een hitsige Viking in een supermarkt.

    Ouders krijgen een nieuwe zoon. Zoon krijgt nieuwe ouders. Dat is heel kort door de bocht waar het in dit boek om draait.
    Julien woont in een opvangtehuis voor wezen of kinderen die niet meer door hun ouders verzorgd kunnen worden. Zijn moeder is ziek? Dood? Of is ze, zoals hij zelf schijnt te denken, gewoon egoïstisch en wil ze niet meer voor hem zorgen? Zijn vader is er nooit geweest, behalve om zijn moeder te bevruchten. Een Zweed, een Deen of toch een Noor, van wie de voornaam met een A begint en die nu berucht is? Hij heeft het op zich goed, maar verlangt vooral naar een normaal leven, naar gewoonheid.
    Hildegard en Karl Kratz hadden een zoon, maar die leeft niet meer. Uitgegleden en van een dak af gevallen of gesprongen? Het dak van het opvangtehuis waar Julien woont. Was hij depressief of alleen maar sociaal onhandig? En zijn ouders, voelen zij zich schuldig of opgelucht? In ieder geval lijkt het een simpele rekensom. Ouders zoeken zoon, zoon zoekt ouders. Mooi geregeld dus. De vraag is of ze dit echt wel willen. Willen en kunnen ze wel het verleden afsluiten en samen aan iets nieuws beginnen. Ze willen het heel graag, maar of het lukt?

    Nooit meer een dierlijk gegrom, terwijl Julien doet alsof hij slaapt, waarna een tissue met 300 miljoen Neils op de vloer tussen hun bedden belandt.

    Met weinig woorden wordt het decor voor dit emotionele verhaal geschetst. Een opvangtehuis in een villawijk omringd door groen, een afgelegen huis in de rimboe naast een vluchtelingenopvangcentrum, een speels appartement in heldere kleuren voor mensen met wie het even wat minder goed gaat, warenhuizen waar nieuwe ontmoetingen plaatsvinden. En het weer is warm, broeierig, benauwd.
    Juliens vriend in het tehuis, Neil, klankbord van Julien, ‘partner in crime’ op meerdere gebieden, lijkt alleen een grappige side-kick, maar vervult een cruciale rol in het verhaal.
    In ruim 200 pagina’s zet Gerard van Emmerik een knap verhaal neer dat even eenvoudig, als droog als vernieuwend is in het taalgebruik en het idee.

    Verhaal over een ogenschijnlijk stabiele, verstandige jongen die al veel te veel heeft meegemaakt en wanhopig zijn best doet aardig, normaal en gewoon te doen en gevonden te worden. Een fijn en compact boek om te lezen. De nieuwe Kratz van Gerard van Emmerik.

    Dit boek las ik voor Een Perfecte Dag voor Literatuur en werd me beschikbaar gesteld door Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Lees hier wat andere bloggers voor EPVDL van dit boek vinden.

    nieuwe kratz

  • Hotel Rozenstok met een vleugje Villa des Roses

    Hotel RozenstokAl eerder lazen bloggers voor een Perfecte Dag voor Literatuur een boek van Christophe Vekeman (Marie, 15 oktober 2013). Ik was daar niet bij. Nu deed zich weer de mogelijkheid voor een boek van hem te lezen voor deze online literaire boekenclub, het nieuwste Hotel Rozenstok. De titel intrigeerde me, verder wist ik niets van boek of auteur.
    De titel deed me namelijk denken aan Villa des Roses, de debuutroman van Willem Elsschot uit 1913. Een boek dat ik lang geleden las (ik denk voor mijn leeslijst Nederlands, ‘lekker dun’ was toen waarschijnlijk een van de motivaties om het te lezen, maar zeker ook de titel die me erg aansprak), maar dat me altijd is bijgebleven. Ik vroeg me af of het toeval was dat de ene titel de andere in gedachten riep en of de schrijver, ik kwam er toen pas achter dat hij ook een Vlaming is, daar misschien een bedoeling mee had. Ik besloot dus  van de gelegenheid gebruik te maken en eerst Villa des Roses te herlezen en zo optimaal voorbereid te zijn op wat ik misschien wel zou aantreffen in Hotel Rozenstok. In Villa des Roses wordt het wel en wee van de bewoners en uitbaters van een Parijs pension beschreven. Het schijnt autobiografisch te zijn en een van de personages, de jonge Duitser Grünewald zou gebaseerd zijn op Elsschot zelf die vier jaar in Parijs familiepension heeft doorgebracht.
    Daarna begin ik vol goede moed en inspiratie door Villa des Roses aan Hotel Rozenstok. Dit verhaalt van een schrijver – die net zo heet als de auteur zelf, Christophe Vekeman – die besluit te stoppen met schrijven. Waarom? Omdat hij niet genoeg succes heeft? Of omdat hij genoeg heeft van het succes? Hij concludeert dat hij weinig trouwe lezers heeft en niets meer heeft toe te voegen. Echter het idee van een nieuw leven waarin hij een baan moet vinden en zich in een keurslijf moet wringen lijkt hem angstaanjagend. Zo angstaanjagend  dat hij van de weeromstuit nog meer gaat drinken dan hij al deed en na een ongelukkig incident besluit in afzondering tot zichzelf te komen. Deze afzondering zoekt hij in het Noord-Nederlandse stadje L., in Hotel Rozenstok.
    En ja hoor op bladzijdes 77-78 vertelt de ik-persoon waarom hij nu juist zeventien nachten in dat hotel heeft geboekt. Het is vanwege de naam. De naam spreekt hem aan, spreekt tot zijn verbeelding en hij zou een boek met die titel meteen aanschaffen zonder te letten op achterflaptekst, auteursnaam of –foto. Vervolgens noemt hij verwachte reacties van nieuwsgierigen als hij ze zou verklappen dat zijn nieuwe boek Hotel Rozenstok zou gaan heten. Een van die reacties is: ‘Hotel Rozenstok? Dat doet me denken aan Villa des Roses van Willem Elsschot.’
    In en om Hotel Rozenstok maakt de gewezen schrijver een kleine existentiële crisis door met paranormale ervaring en al. Vernuftig wordt de zoektocht naar zijn betekenis als schrijver, als niet-schrijver, als mens beschreven. Wat is belangrijker voor hem? De werkelijkheid of de fantasie. Is hij in staat om zonder fantasie te leven? In zinnen met veel bijzinnen en grappige opmerkingen en veel details wordt de lezer meegenomen in deze zoektocht. Toch denk ik dat ik blijf horen bij de lezers die Vekeman in zijn boek beschrijft: de mensen die zijn boeken niet kopen op basis van een bewuste en zeer weloverwogen beslissing. Die bewuste en weloverwogen beslissing in mijn geval: een goed geschreven boek, met humor en literaire verwijzingen, tot zover allemaal dingen waar ik van houd in een boek, maar al met al niet mijn stijl. Net iets te populair, te dweperig en te veel bedacht. Van binnen en van buiten. Een boek dat ik zeker niet had gekocht als ik de auteursfoto had gezien, maar dat mij wel aansprak vanwege de titel. Geef mij maar Villa des Roses.

    Dit boek las ik voor de literaire online boekbloggersclub Een Perfecte Dag voor Literatuur. Een exemplaar werd me beschikbaar gesteld door Uitgeverij de Arbeiders Pers, waarvoor mijn dank.
    Lees hier wat andere EPVDL bloggers schreven over dit boek op 30 januari 2016.
    Hotel Rozenstok. Christophe Vekeman. Arbeiderspers. 206 pp.

  • Dit verhaal kabbelt, zwelt aan, zwakt af, is rustig, komt weer in een stroomversnelling, raast voort en raast uit…

    NoraHet conservatieve, katholieke  Ierland van begin jaren zestig van de twintigste eeuw. De na-oorlogse manier van leven, opkomende moderne geneugten als telefoon, televisie, een eigen auto worden langzamerhand ook hier gemeengoed. Een klein stadje in het zuidoosten, vlakbij  de kust. Met grote sociale controle, waar aanzien en een goede naam bepalend kunnen zijn. In dit tijdperk, in deze omgeving leeft Nora Webster. Een vrouw van in de veertig, sinds kort weduwe en moeder van vier opgroeiende kinderen. Een intelligente vrouw, een vrouw die iedereen kent, de vrouw van een gerespecteerde leraar, een koppige vrouw, met een eigen mening. Haar schoolgaande en studerende kinderen zijn allemaal op hun eigen manier bezig met het verdriet om het verlies van hun vader en de zorgen om hun moeder en de nieuwe manier van samenleven, zonder hun vader. Daarnaast ontwikkelen ze zich binnen de maatschappij en gaan ze hun eigen mening vormen over de politiek, hun sociale leven, hun opvoeding en hun moeder. Al deze gegevens en eigenschappen bepalen Nora’s positie en manier van leven. Maar bovenal bepalen ze haar gevoelsleven.
    In het verhaal gebeurt weinig opzienbarends. Tenminste in de buitenwereld. De ‘Troubles’ zijn nog in hun ontwikkelingsfase, Ierland is slaapt nog en is net bezig om langzaam wakker te worden. Maar binnen het gezin Webster en in het leven van Nora Webster gebeurt een heleboel. Nora probeert al haar kinderen in hun waarde te laten en mist haar man bij het nemen van beslissingen of bij het bespreken van zaken die zich voordoen. Ze doet het vanaf nu helemaal alleen en ze laat anderen eigenlijk niet toe bij deze belangrijke beslissingen. Ze trekt zich hun mening wel aan, maar zij is de baas.
    Soms komt dit heel afstandelijk en kil over, maar eigenlijk is dit zoals het gaat. Er gaat zoveel om in je hoofd, in je leven. Je kunt niet overal even lag bij stil blijven staan. De gebeurtenissen de tijd bepalen wat prioriteit krijgt en wat niet. Dit verhaal kabbelt, zwelt aan, zwakt af, is rustig, komt weer in een stroomversnelling, raast voort en raast uit.
    Ook dacht ik wel eens, kom moeder, toon eens wat meer liefde. Maar uiteindelijk denk ik dat ze dat ook wel doet, maar omdat het zo vanuit haar zelf is beschreven, komt dat stuk niet zo aan bod. Dat stuk s vanzelfsprekend voor haar, denk ik, en daarom wordt er in het verhaal geen aandacht aan besteed. Pas als ze twijfelt of ze dat wel goed genoeg doet of wanneer ze zelf behoefte heeft aan liefde en aandacht dan komt het ter sprake.

    Op het omslag en in meningen van anderen wordt dit boek vergeleken met Stoner. Aanvankelijk zag ik dit niet zo, maar na eng nadenken, begrijp ik het wel. “Een klein verhaal op een grootse manier verteld,” zoals ik iemand hoorde zeggen.
    Zo is Nora in meerdere opzichten een zinvol, mooi boek waarin prachtig een tijdgeest een en innerlijk gevoelsleven van ‘zomaar iemand’ in die tijd en omstandigheden wordt beschreven.

    Dit boek lazen we met de literaire online boekenclub Een perfecte Dag voor Literatuur. Op 30 december publiceerde een ieder over dit boek een blog. Deze blogs kun je hier lezen. Een exemplaar van het boek werd me ter beschikking gesteld  door Uitgeverij De Geus.

    Nora. Colm Tóibín. 2015.Vertaald uit het Engels (2014) door Anneke Bok. De Geus. 378 pp.

  • Lekker lezen…

    De kerstdrukte voor de bladen (en voor mij ook wat dat betreft) is weer voorbij. Afgelopen  weken verschenen EigenHoutje Magazine nr. 10 en Gezond Gehoor, jrg. 5, nr. 3 winter 2015/2016, met diverse en gevarieerde bijdragen van MZ boek- en tekstprojecten.

     

  • Moederziel in de war…

    moederzielSoms zie je wel eens iemand lopen, in de verte of dichtbij, of zitten voor je in de tram of op een terrasje en dan denk je dat het iemand is die je kent. Van vroeger, een vriendje of een vriendin met wie je het contact bent verloren of een ver familielid. Maar vaak zie je al snel dat het die persoon niet is, al is dat alleen maar omdat je beeld van hen is blijven steken op hoe ze er uit zagen toen ze vijf, tien jaar jonger waren…
    Maar wat nu als je denkt je moeder te zien of sterker nog, zeker weet dat ze het is. Je moeder die heel veel jaren eerder zomaar uit je leven is verdwenen en die je daarna nooit meer hebt gezien, gehoord, gevoeld. En die voor je staat, met je praat, met je mee naar huis gaat. Ze is wat in de war, maar toch. Dit overkomt de hoofdpersoon, Jonathan, in Moederziel van Krijn Peter Hesselink. En ook al denk je als lezer (ik tenminste) vrijwel meteen dat dat echt niet zo maar, zo makkelijk kan, toch blijft de auteur subtiele twijfel zaaien over of ze het nu wel of niet is. Wat ik ook meteen dacht was dat je wel in de war moet zijn als je met blote bast op blote voeten ’s ochtends vroeg door een dorpje zwerft, waar je op vakantie bent en dan ook nog je verloren moeder tegenkomt, een oud, duidelijk verward dametje. Maar wat wil je. Als je verder leest en je de jeugdherinneringen van de ik-figuur tot je neemt, begrijp je wel dat hij in de war is. En dan begrijp je ook wel dat hij in het heden op een moment is aangekomen, namelijk het moment waarop hij geconfronteerd wordt met een mogelijk vaderschap, dat hij zijn moeder wanhopig mist en erg nodig heeft.
    Als jongetje fantaseerde Jonathan er op los om maar te kunnen ontvluchten aan de waarheid bij hem thuis. En eigenlijk is hij daar nooit  mee opgehouden en nu, nu hij in zijn leven is vastgelopen en geconfronteerd wordt met zaken die hij niet aan kan, fantaseert hij eigenlijk weer. Het is mooi hoe dit beschreven wordt in slechts 150 pagina’s. Met relatief weinig woorden weet de auteur de sfeer, de pijn, het verdriet, de onmacht, de hulpeloosheid van de hoofdpersonen goed te beschrijven. Als lezer voelde ik me bijna een gluurder, een andere vakantieganger, een vreemde snuiter die door het dorpje slentert, zich achter een boom verstopt en de gangen van de hoofdpersoon volgt, gedurende de ongeveer twaalf uren dat het verhaal zich in het heden afspeelt. Je trekt conclusies, je denkt dingen te weten, je vult de lacunes in. Net als de agent in het verhaal. Hij stamelt aan het eind van het verhaal: “Ik wist niet dat mevrouw… Mij was verteld dat ze alleenstaand zou zijn…Is dat–”

    En Jonathan antwoordt: “Geeft niets. Er is vast wel meer dat u niet weet. Zou u zo goed willen zijn haar weer naar huis te brengen?”

    Klopt. Er is wel meer dat ik niet weet over deze mensen, maar genoeg om als voorbijganger, lezer geraakt te worden.

    Moederziel. Krijn Peter Hesselink. Uitgeverij Podium. 154 pp.
    Een exemplaar van dit boek werd mij beschikbaar gesteld door de uitgever.

    Lees hier wat andere bloggers van Een Perfecte Dag voor Literatuur op 30 oktober 2015 schreven over dit debuut.

  • Een perfecte dag voor literatuur: Wat zien we als we lezen?

    wat we zien als we lezenDirk Mendelsund, een begenadigd  en bejubeld Amerikaans boekomslagontwerper, “een visueel ingesteld iemand (zegt men) die niet alleen de kost verdient met zijn algemene visuele vernuft, maar ook met zijn talent voor het herkennen van visuele seintjes en aanwijzingen in teksten” (p. 347) heeft een boek gemaakt waarin hij probeert uit te leggen hoe het unieke visuele proces van een lezer werkt. Het is een apart boek geworden. Hieronder geef ik eerst kort, gefragmenteerd weer wat ik denk/dacht en opschreef toen ik Wat we zien als we lezen begon te lezen…

    Soms herkenning
    Soms snap ik er niets van
    Het is een zwaar boek (letterlijk), het ligt zwaar in de hand
    Is het ook zwaar op de hand?
    Fragmentarisch
    Vermoeiend, soms wat hij schrijft, maar ook om het op te nemen, te begrijpen

    Wat Dirk Mendelsund schrijft, beschrijft en weergeeft, klopt allemaal wel, maar het boek is moeilijk als een geheel op te nemen. Alle quotes, interpretaties en erbij gemaakte illustraties, het is teveel om te behappen. In een keer. En wat gebeurt er? Er blijven bepaalde uitspraken, conclusies hangen. Hieronder wat er voor mij is blijven hangen:

    Vaak zijn bepaalde beelden (van mensen, voorwerpen, omgevingen)  heel gedetailleerd  opgeschreven door de schrijver. En vervolgens haalt de lezer niet zozeer genot uit die details om daarmee het voorwerp, de persoon, de omgeving net zo goed voor zich te zien als de schrijver, maar  de lezer – of Mendelsund in ieder geval en in dit geval ik dus ook– “haalt plezier uit de waardering voor het feit dat de schrijver zo nauwkeurig naar de wereld heeft gekeken.” (p. 136)

    In een wereld waarin de kracht en overstimulering van het visuele nog steeds toeneemt, hebben we ook nog steeds behoefte aan het lezen van boeken. Dit lezen “verschaft ons een uniek plezier: boeken verschaffen ons bepaalde vrijheden: we spelen zelf een fundamentele rol in het maken (het ons inbeelden) van een verhaal.”(p. 192)

    Houden we  zo van verhalen omdat we soms juist gewoon heel weinig wíllen zien?
    We willen niet teveel grip op de concrete dingen in de beschrijvingen krijgen. “We willen juist de plooibaarheid en grilligheid die boeken ons bieden als we ons hun inhoud proberen in te beelden. Sommige dingen willen we niet te zien krijgen.”(p. 203)

    Maar wat doen de schrijvers dan? Wat zien de schrijvers als ze schrijven?
    “Schrijvers zijn de curatoren van de ervaring.” Ze beheren de ervaring en stellen hem veilig en proberen hem weer eerlijk terug te geven, te verdelen. Hoe? “Ze filteren de ruis van de wereld en creëren uit wanorde een verhaal, het puurste signaal dat ze kunnen. Maar hoe puur de verzameling van gegevens die auteurs de lezers verstrekken ook is – hoe vlijtig ook voorgefilterd en strak gereconstrueerd – de hersens van lezers zullen doorgaan met de taak die hun is opgedragen: analyseren, screenen en sorteren.” (pp. 402-403)

    Als lezer zijn we voortdurend aan het reduceren, aan het vervangen, aan het verzinnebeelden en “door dit reduceren creëren we betekenis. Reducties zijn de wereld zoals wij haar zien – ze zijn wat we zien als we lezen, en ze zijn wat we zien als we de wereld lezen…” (p. 416)

    Dat is wat Mendelsund ook doet in dit boek, reduceren, uit boeken, uit beschrijvingen, uit zijn kennis en de betekenis die hij er  vervolgens aan geeft, verbeeldt hij met bijzondere illustraties. Zijn gereduceerde  interpretaties , zijn illustraties.
    Al met al een… anders boek. Ik denk dat ik het vooral ga gebruiken om sommige dingen nog eens terug te lezen, op te zoeken. Misschien wel als ik ooit nog eens de boeken lees die hij veelvuldig aanhaalt, want die heb ik nog lang niet allemaal gelezen.

    Met een groot compliment voor de voortreffelijke vertaling en vernuftige doorvoering van het Nederlands in de  illustraties. Wat kan er toch veel met beeld tegenwoordig…

    Wat we zien als we lezen. Peter Mendelsund. Uitgeverij Atlas│Contact. 2015.
    (What We See When We Read. Vintage Books New York. 2014).
    Vertaling: Roos van de Wardt

    Meer lezen over dit boek? Voor de literaire online boekenclub Een Perfecte Dag voor Literatuur plaatsten op 30 september 2015 nog een 18-tal andere bloggers een verhaal/tekst/blog/interpretatie naar aanleiding van dit boek. Klik hier voor de links.

  • Boeken over boeken: De dief

    De dief TunstromIn Uppsala, in Zweden, ligt in de Universiteitsbibliotheek tussen andere boekschatten een boek dat wereldwijd bekend staat als de Zilveren Bijbel, de Codex argenteus. Het is een van de bekendste manuscripten ter wereld en hoewel een bijbel genoemd, is het dit niet, althans geen complete. Het bevat de vier Gospels vertaald van het Grieks in het Gotisch. De bladen zijn gemaakt van de huiden van jonge of zelfs nog ongeboren kalveren en dit perkament (vellum) is paarsgekleurd en beschreven met zilveren en gouden inkt. Aan deze zilveren tekst dankt het boek zijn naam en niet zozeer aan de zilveren band. Waarschijnlijk werd het boek aan het hof en in opdracht van de Gotische koning Theodorik de Grote (c. 451-526) geschreven ter meerdere glorie van zijn heerschappij, macht en rijkdom. Tegenwoordig is het een van de weinige geschriften in het Gotisch dat is overgeleverd. Wat er met het boek gebeurde na de teloorgang van het Gotische rijk, is onduidelijk. Pas in 1648 duikt het weer op als het als Zweedse oorlogsbuit vanuit Praag wordt meegenomen naar Stockholm waar het in de bibliotheek van koningin Christina terechtkomt. Na haar abdicatie komt het in handen van Isaac Vossius en hij neemt het mee naar Nederland. Hier blijft het echter niet lang want hij verkoopt het aan Magnus Gabriel De la Gardie, het hoofd van de Universiteit in Uppsala. Het schip dat het boek terugbrengt naar Zweden vergaat nog bijna in een verschrikkelijke storm, maar het boek wordt behouden en gedoneerd in 1669 aan de universiteit.

    Daar ligt het sindsdien. Tenminste, wat er van over is en dat zijn 187 van de oorspronkelijke 336 bladen. In 1995 werden een dubbel blad en de zilveren band gestolen tijdens een gewelddadige beroving. Een maand later werd deze buit teruggevonden en werd besloten het boek een waardige en goed beveiligde expositieruimte  te geven in Carolina Rediviva, het hoofdgebouw van de bibliotheek.

    Een boek dat tot de verbeelding spreekt. Vanwege zijn inhoud en uiterlijk, vanwege zijn mysterieuze ontstaansgeschiedenis en verblijfplaatsen gedurende 1000 jaar en vanwege zijn onschatbare financiële waarde. In 1986 verscheen het boek De dief van de veelbelovende en alom geprezen Zweedse schrijver Göran Tunström. En in dit boek speelt de zilveren Bijbel een rol.

    Het is een rijk boek, waarin veel gebeurt. Johan, als klein jongetje in de steek gelaten door zijn eigen ouders, groeit op in het kinderrijke gezin van zijn oom en tante. Maar of dit een verbetering is ten opzichte van zijn oorspronkelijke situatie? Er gebeurt van alles wat niet door de beugel kan en de vele kinderen raken hierdoor ieder op hun eigen manier ernstig beschadigd. Johan en zijn nichtje Hedvig hebben aanvankelijk veel steun aan elkaar en koesteren een diepe, onvoorwaardelijke liefde voor elkaar. Maar ook zij worden door de situatie uit elkaar gedreven. Hedvig belandt in het gekkenhuis en Johan zoekt zijn toevlucht in de boeken en studie. Hij is uitzonderlijk slim, maar dat is niet zijn drijfveer. Hij gebruikt zijn studie alleen om zijn uiteindelijke doel te bereiken: het stelen van de Zilveren Bijbel, haar te verkopen en met de opbrengst in afzondering en vrede te leven samen met Hedvig. Het duurt jaren en jaren om zich toegang te verwerven tot de schat en al die tijd negeert hij de smeekbeden van Hedvig om hem te redden. Als het zilveren boek eindelijk binnen handbereik ligt, beseft Johan dat niet hij de dief van het boek zal worden, maar dat het boek de dief is van zijn leven en toekomst. Maar ondertussen zijn we deelgenoot geworden van een bizar, soms intens triest en soms opmerkelijk lichtvoetig verhaal van een gezin in een klein Zweeds dorpje,  een waar literair mysterie, een opzienbarende ontdekking van een schat in Italië en flinke portie menselijke misère en de constatering dat de mens, tenminste meestal, een enorm incasseringsvermogen heeft .

    In dit boek dus al een beoogde diefstal van de Zilveren Bijbel een klein decennium voordat het echt gebeurde. De Nederlandse vertaling van dit boek verscheen in 1994 bij De Bezige Bij. In 1997 verscheen nog een derde druk. Göran Tunström overleed vijftien jaar geleden in 2000 op 62-jarige leeftijd. Niet heel veel later in 2001, vertelde iemand mij over dit boek. Het was op de bruiloft van goede vrienden en hij was ook een goede vriend van het bruidspaar en getrouwd met een Zweedse. Toen hij hoorde dat ik van boeken hield, met boeken werkte, zelfs met hele oude bijzondere, begon hij geestdriftig te vertellen over De dief en de Zilveren Bijbel. Ik krabbelde de titel op een servetje, vastbesloten dit boek aan te schaffen en te lezen. Dat bleek nog niet zo makkelijk want het was toen al, alleen nog antiquarisch/tweedehands te verkrijgen. Voor tien gulden tikte ik het op de kop en las het in een ruk uit. Nu, bijna vijftien jaar later heb ik het herlezen om er een blog over te schrijven in Boeken over boeken en het was nog mooier dan ik me herinnerde.

    In telegramstijl:
    Aparte stijl – wisselende perspectieven – alles klopt – tragisch – literair – voor vrouwen en mannen – Orpheus en Eurydice – tweedehands verkrijgbaar – sombere omslagafbeelding

    Ook over De dief en de Zilveren Bijbel:
    Kees Schreven in zijn blog…
    Marjoleine de Vos in NRC…
    De website van Universiteitsbibliotheek Uppsala…

    PS:
    Lees ook eens mijn blog over Ica van Eva Posthuma de Boer. Is feitelijk ook een boek over boeken

  • Een Perfecte Dag voor Literatuur: En nooit was iets gelogen van Ellen Heijmerikx

    en nooit was iets gelogenDe werkelijkheid en de waarheid. Is er een mooier medium dan het boek, de roman, om met deze begrippen te spelen? Ik denk het niet. Het constante spel tussen fictie en werkelijkheid. Is het echte gebeurd of kan het echt gebeurd zijn? En zelfs als je weet dat het niet echt kan zijn, kan het toch in een boek. Woorden kunnen een wereld creëren die werkelijkheid kan worden: in je hoofd. Fictie te mooi om waar te zijn of werkelijkheid te ‘gewoon’ om fictie zijn? Fictie te normaal om verzonnen te zijn of waarheid te bizar om echt te zijn?

    Voordat ik dit boek las, las ik het nieuwste boek van Kate Atkinson, een gerenommeerd Engels schrijfster, de moeite van het lezen waard. Zij is een virtuoos in het spelen met fictie en werkelijkheid. Aan het eind van haar boek A god in ruins (Gevallen god) schrijft zij het volgende in haar nawoord waarin zij toelicht van welke bronnen en auteurs ze heeft geleend:

    Uiteindelijk is dit fictie. Persoonlijk geloof ik dat alle romans niet alleen fictie zijn maar ook over fictie gaan.

    Mooi gezegd.

    Ellen Heijmerikx zegt over haar nieuwste boek En nooit was iets gelogen:

    [Dit boek] is enerzijds tot in detail het verhaal van Pepe en Juanita en anderzijds is het volledige fictie. De gedichten van Jos Versteegen, deels origineel en deels een hertaling van oorspronkelijke liedteksten en coplas, maken het verhaal in mijn ogen af. In Nederland gingen ze misschien door voor eenvoudige gastarbeiders, maar deze mensen waren afkomstig uit een wereld van dichterlijkheid en een grote culturele rijkdom.

    Die andere wereld is het Spanje onder de dictatuur van Franco. Waar je bang moet zijn voor het uiten van je mening, een handeling verkeerd kan zijn en waar de katholieke kerk een grote invloed had. Juanita hoort op het sterfbed van haar man Pepe zijn echte levensverhaal. Na zijn dood moet zij niet alleen zijn dood, maar ook zijn ware geschiedenis en haar eigen kijk op haar leven van vroeger en nu een plaats geven. Beiden gingen ze in hun jeugd creatief om met werkelijkheid die te gruwelijk of te confronterend voor ze was. Ze gaven aan traumatiserende gebeurtenissen een draai die ze hielp deze ervaringen op een hoger plan te tillen, een hoger doel te geven waardoor ze er mee om konden gaan. Hun creatieve karakters kwamen niet voor niets zo goed tot hun recht op het podium van het reizend artiestengezelschap. Een gezelschap dat tot taak had de toehoorders te vermaken, ze los te laten komen uit de werkelijkheid en mee te laten dromen, kijken en luisteren met de verzonnen verhalen op het podium.

    Hoe vertel je over twee levens als je geboren wordt tussen verhalen, gevoed wordt en onderdak vindt door verhalen? We waren artiesten, luchtfietsers. We konden van een stal een balzaal maken en nooit was iets gelogen.

    Ellen Heijmerikx heeft een mooi boek geschreven, in klare, vloeiende, duidelijke en tegelijkertijd heel poetische taal over een verzonnen werkelijkheid, over een waargebeurd sprookje.

    En nooit was iets gelogen. Ellen Heijmerikx. Nieuw Amsterdam. 254 pp.

    Lees ook wat andere bloggers van Een Perfecte Dag voor Literatuur over dit boek schreven.