De schoppenvrouw komt er bij het kaartleggen niet goed vanaf. Deze donkere vrouw (innerlijk en uiterlijk) staat voor onrust, geheimen, duisternis. Het zou om een gescheiden vrouw gaan of een weduwe. Iemand die geheimen en schandalen niet schuwt en ze zelfs opzoekt of ze groter maakt.
Wat gebeurt er als je op een leeftijd bent waarin je zeer ontvankelijk bent voor aandacht, liefde, zekerheid? Als je in de puberteit in aanraking komt met het spirituele en je te horen krijgt dat de schoppenvrouw je toekomst zal bepalen, dat je beter geen kinderen kunt krijgen, want dat het daar slecht mee af zal lopen, of anders gezegd, dat je een slechte moeder zult zijn? Laat je een dergelijke uitspraak je leven leiden of schiet hij je weer te binnen op een moment dat je je realiseert dat het klopt? Dat je een slechte moeder bent en dat je dochter iets heeft gedaan wat afschuwelijk is.
Paula is een vrouw met geheimen, dat is zeker. Een gesloten vrouw, als meisje al een outsider. Ze schaamt zich voor haar moeder die als toiletjuffrouw in het Americain werkt. Een vader is niet in beeld. Ze kiest haar vrienden met een doel, met berekening, totdat er een nieuw, apart meisje in haar klas komt. Ze wordt meegesleept door de totaal andere, haast mystieke manier waarop Charlie en haar broer hun leven leiden, als volwassenen in een groot, oud huis met een ziekelijke moeder en een afwezige vader. De moeder maakt gebruikt van een spiritueel raadgever en ook de kinderen houden wel van een goed gesprek over geesten. Als Paula er op harde wijze achter komt dat ze gebruikt is in hun spelletjes, is haar hart gebroken en samen met de duistere voorspelling van de wonderdokter, is dit genoeg om een flinke muur om zich heen te bouwen en nooit meer haar ware gevoel bloot te geven. Ze bouwt een zorgvuldige toekomst op, gebaseerd op wat ze denkt dat goed voor haar is en later ook voor haar man. Ze is berekenend en denkt dat ze alles onder controle heeft. Ze denkt haar man te kennen en te weten wat hij denkt.
Kijk, kijk hem liggen, hij slaapt en weet van niets. Vertellen zal ik het hem ook niet, het zou zijn leven vergiftigen.
Met haar dochter is er een afstand, het is duidelijk dat ze van haar zestienjarige dochter veel niet weet, te veel. Als ze er achter komt dat haar dochter iets verschrikkelijks heeft gedaan, gaat de voorspelling over haar moederschap weer een prominente rol spelen, maar zij zal de controle niet verliezen. Of toch wel?
In de weerspiegeling van het raam zie ik ze naar me kijken. Mijn dierbaren. Sluw, leugenachtig, berekenend, liefdevol op hun manier.
Maar ziet ze niet ook haar eigen weerspiegeling in het raam?
We zijn afhankelijk van elkaar, we zijn familie, we zijn een gezin dat ik zou kunnen opbreken.
Wat gaat ze doen? Of heeft ze al iets gedaan, waardoor het buiten haar controle gaat vallen? Schoppenvrouw, een weduwe of gescheiden vrouw…
Geen woord te veel in dit boek en toch is het een rijk verhaal, met rake persoonsschetsen, voldoende geschiedenis en sprekende decors.
Alleen dat omslag. Een tomaat, gezonde vrucht van een verder giftige plant. Symbool van geluk en harmonie? Rood en zwart, de kleuren in het kaartspel, waarbij de rode kaarten de positieve kanten verbeelden? Heb ik iets gemist in het boek? Ben benieuwd waarom voor deze afbeelding is gekozen en wat anderen er voor betekenis aan geven. Niet dat dat per se moet, maar ik vind het een fascinerend beeld.
Schoppenvrouw. Mensje van Keulen. 137 pp.
Dit was het boek dat we lazen in april 2016 voor Een Perfecte Dag Voor Literatuur. Het exemplaar dat ik las, werd beschikbaar gesteld door Uitgeverij Atlas Contact. Lees hier wat andere bloggers voor EPDVL over dit boek te zeggen hadden.
Toen de jonge Joseph Sylvester (1890) eind 1909 zijn geboorte(ei)land Saint Lucia in de Cariben verliet, zal hij niet bedacht kunnen hebben dat hij uiteindelijk in het Oosten van Nederland zou belanden en daar de rest van zijn leven zou blijven. Voordat hij hier belandt, woont en werkt hij eerst in Amerika en Canada. Pas na afloop van WOI maakt hij de overtocht naar het oude continent en beproeft hij zijn geluk in België en Parijs. Al die tijd zijn het zijn feilloze gevoel voor een goed handeltje en zijn charmante, eerlijke en openhartige voorkomen en manier van doen die hem telkens weer op het spoor van iets nieuws brengen. Van de handel in hout en sigaretten, belandt hij in de hoofdpijnpoeders en als dezelfde producent ook tandpasta blijkt te maken, beseft Joseph dat hij goud in handen heeft. Wie kan er nu beter dit onbekende goedje aan de man en vrouw brengen dan een man met blinkend witte tanden in een donker gelaat. Hij ziet zijn donkere huidskleur als iets positiefs en is er trots op. En in die tijd is er vooral veel nieuwsgierigheid onder de mensen, naar een donker persoon. Natuurlijk is er ook angst voor het onbekende, maar Joseph Sylvester met zijn ongekend positieve inborst wandelt op een vrolijke doch verantwoordelijke manier verder door het leven en belandt in Amsterdam. Daar ontmoet hij de mooie Roosje Borchert, mannequin van beroep en afkomstig uit Hengelo. Het blijkt liefde op het eerste gezicht en uiteindelijk belanden ze allebei wegens omstandigheden in Hengelo waar ze besluiten hun leven te delen en een bestaan op te bouwen. Sylvester, die ondertussen bekendstaat als Mr. Menthol reist het land door langs alle markten om zijn Babajaba tandpasta en mentholpastilles te verkopen. In Hengelo is hij een nog groter bezienswaardigheid dan in Amsterdam, maar de meeste Hengeloërs sluiten hem al snel in hun stugge hart. Als de mondhygiëne en de economie een verdere vlucht nemen, beseft Menthol dat het tandpasta tijdperk voor hem voorbij is. Moeiteloos schakelt hij over naar zijn volgende handel in huiden, pelsen en konijnen. De tweede wereldoorlog is een moeilijke tijd voor het echtpaar omdat de angst groot is dat hij vanwege zijn Engelse nationaliteit en opvallende verschijning gevangen genomen zal worden door de Duitsers. Om zijn vrouw hiervoor te behoeden, neemt hij een drastisch besluit, maar dit staat hun liefde voor elkaar niet in de weg. Na de oorlog bouwen ze hun bestaan weer op, maar langzamerhand verandert het tij. De mensen lijken intoleranter te worden tegenover mensen die anders zijn en ook Sylvester ondervindt hiervan de gevolgen.
Al eerder lazen bloggers voor een Perfecte Dag voor Literatuur een boek van Christophe Vekeman (
Het conservatieve, katholieke Ierland van begin jaren zestig van de twintigste eeuw. De na-oorlogse manier van leven, opkomende moderne geneugten als telefoon, televisie, een eigen auto worden langzamerhand ook hier gemeengoed. Een klein stadje in het zuidoosten, vlakbij de kust. Met grote sociale controle, waar aanzien en een goede naam bepalend kunnen zijn. In dit tijdperk, in deze omgeving leeft Nora Webster. Een vrouw van in de veertig, sinds kort weduwe en moeder van vier opgroeiende kinderen. Een intelligente vrouw, een vrouw die iedereen kent, de vrouw van een gerespecteerde leraar, een koppige vrouw, met een eigen mening. Haar schoolgaande en studerende kinderen zijn allemaal op hun eigen manier bezig met het verdriet om het verlies van hun vader en de zorgen om hun moeder en de nieuwe manier van samenleven, zonder hun vader. Daarnaast ontwikkelen ze zich binnen de maatschappij en gaan ze hun eigen mening vormen over de politiek, hun sociale leven, hun opvoeding en hun moeder. Al deze gegevens en eigenschappen bepalen Nora’s positie en manier van leven. Maar bovenal bepalen ze haar gevoelsleven.




